Preparedness for a High impact

Bron : https://www.centerforhealthsecurity.org/our-work/publications/preparedness-for-a-high-impact-respiratory-pathogen-pandemic

Bij het opstellen van dit rapport, Preparedness for High-Impact Respiratory Pathogene Pandemics, hebben we tientallen beoordelingen van de wereldwijde paraatheid op hoog niveau uitgevoerd en hebben we interviews gehouden met internationale deskundigen op het gebied van de paraatheid voor en de reactie op pandemieën. De stand van de nationale en mondiale paraatheid op 10 functionele gebieden werd onderzocht: wereldwijde paraatheid; multisectorale betrokkenheid en coördinatie; surveillance, monitoring en evaluatie; gezondheidssystemen en klinisch beheer; betrokkenheid van de gemeenschap; risicocommunicatie; onderzoek en ontwikkeling voor medische tegenmaatregelen; niet-farmaceutische interventies; accidentele verspreiding en bioveiligheid; en doelbewust gebruik en bio-veiligheid. In onze bevindingen geven we een gedetailleerd overzicht van de mogelijkheden en hiaten die waarschijnlijk de inspanningen om te reageren op een hoog effect op de ademhalingsziekteverwekker. In het verslag worden prioritaire acties vastgesteld voor landen, internationale organisaties en andere belanghebbenden om de gevolgen voor de volksgezondheid, de economie, de maatschappij en de politiek van het ontstaan van een ziekteverwekker met grote gevolgen voor de luchtwegen te verzachten.

Deze conclusies worden hieronder samengevat.

  1. De landen moeten hun nationale kerncapaciteiten op het gebied van de volksgezondheid opbouwen.
  2. De landen moeten doorgaan met het opbouwen en verbeteren van hun kerncapaciteiten op het gebied van de volksgezondheid in de hele wereld, overeenkomstig de verplichtingen van de Internationale Gezondheidsregeling (IHR) inzake de kerncapaciteit.
  3. De lidstaten moeten doorgaan met de gezamenlijke externe evaluatie (JEE) als zij die nog niet hebben afgerond, en zij moeten ervoor zorgen dat de WHO over de middelen beschikt om een coördinerende rol te blijven spelen.
  4. De landen dienen duurzame nationale actieplannen te ontwikkelen, te kosten, te financieren en uit te voeren om hun kerncapaciteiten te verbeteren en oefeningen uit te voeren om te testen in hoeverre de capaciteiten tijdens noodsituaties zullen functioneren zoals gepland.
  5. Het is onwaarschijnlijk dat de kerncapaciteiten van de IGR in hun huidige formulering de landen en de internationale gemeenschap adequaat kunnen voorbereiden op gebeurtenissen met een grote impact op de luchtwegen. Daarom moeten evaluaties van risico specifieke oefeningen (bv. een grieppandemie) en feitelijke gebeurtenissen worden vergeleken met de capaciteiten in de JEE’s en de nationale actieplannen en moeten deze worden gebruikt om de huidige inspanningen voor de ontwikkeling van de capaciteit te actualiseren, te wijzigen of te versterken.
  6. De donoren moeten met de landen samenwerken om de resterende tekortkomingen aan te pakken en extra nationale investeringen te stimuleren, onder meer door deel te nemen aan initiatieven als de Global Health Security Agenda en de Alliance for Health Security.
  7. Gegevens zullen essentieel zijn om de politieke leiders te motiveren en de vooruitgang te meten. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Global Preparedness Monitoring Board (GPMB) moeten aanvullende gegevensbronnen zoeken die een permanente beoordeling kunnen geven van de wereldwijde vooruitgang op het gebied van de ontwikkeling van de IHR-capaciteit.

Dit is het begin van een aantal voorstellen welke gedaan zijn door een expert groep van John Hopkins. In deze groep zit o.a. Marion Koopmans.
Het opvallende is dat het rapport een alomvattend rapport is en exact beschrijft waar de wereld nu mee te maken heeft. Men kan natuurlijk blijven claimen dat Covid-19 een virus is ontstaan op een markt in Wuhan maar dit is simpel weg niet waar. In 2005 is de IHR ontstaan en men heeft er jaren over gedaan om dit vorm te geven. Dit is het duidelijkst terug te vinden in een verslag van het 65e World Health Assembly in 2012. (hierover later meer) Wat moest er nu volgens de IHR gebeuren? Een goed werkend plan moest er komen te staan voor als het geval er een Pandemie zou plaats vinden, klinkt niet erg vreemd aangezien je wil dat de bevolking in gezondheid kan leven. Het is wel erg vreemd te noemen dat in 2019 nog steeds niet is gelukt dat landen zich hebben conformeren aan deze IHR standaard. Vanaf 2005 zijn er uiteraard nog andere zaken bijgekomen, een klimaatcrisis, digitalisering, industrieën die willen innoveren etc….
De WHO en wereldleiders hebben ondertussen niet stil gezeten en geeft aan de gezondheid wereldwijd aan een hervorming toe is in de vorm van One-Health ( Mensen, Dieren en Natuur). Mensen leven ongezond worden, opkomende zoönose gaan een gevaar vormen en dit betekend dat gezondheidszorg niet langer economisch te dragen is volgens de WEF.
Hoe gaan zij het nu oplossen is de vraag? Een simpel denkend mens zou zeggen “Als men al vanaf 2005 weet dat er iets moet gebeuren waarom dan een plan bedenken waar je de wereld mee plat gooit en waarom niet direct gehandeld” Nee, zo heeft men niet gedacht, men is al die jaren bezig geweest met het uitzetten van een groots plan om de mensheid te onderwerpen aan een “Nieuw Normaal”.
Wij bevinden ons nu in “Het Decennium van de Vaccinaties” alleen zo kan de mensheid de toekomst tegemoet. Wat heeft men hier allemaal voor moeten doen ?

.Het opzetten van een groep Wetenschappers
.Het opzetten van een financieel kader
.De farmaceutische industrie ingeschakeld
.Het opzetten van werkpakketten (wereldwijd)
.Filantropische instanties in moeten schakelen
.De Industrie moeten inschakelen
.Medialand moeten voorzien van de juiste informatie bronnen
Dit is nog maar een kleine opsomming van meewerkende partijen.

Terug naar de IHR, in het kort komt het neer op paraatheid voor het geval dat er een ernstig bedreigende situatie gaat ontstaan.
In 2019 waren er maar 51 landen die hadden kunnen aantonen dat zij de zaken op orde hadden, Nederland zit hier overigens niet bij.
Wel was de IA2030 al klaar en dat betekend dat er in 2020 gestart moest worden met de de immunisatie Agenda. Het Global Preparedness Monitoring Board heeft in September een oproep gedaan aan al de wereldleiders om zich nu te committeren aan deze agenda.
Nu moest men alleen nog uitzoeken hoe “ziekte X” vorm zou krijgen.
Welke ziekte zou de meeste impact hebben en is ook uitermate geschikt om onderzoek naar te doen.
Ik zal nog enkele stukken uit het rapport van John Hopkins noemen om de overwegingen iets meer in kaart te brengen. Het rapport is omvat dus ieder aspect. Wel is het zo dat de schrijvers geen verantwoording nemen het is dus omschreven dat het aan ieders eigen interpretatie is.
* In het kader van dit verslag definiëren we “high impact Respiratory pathogens” als ziekteverwekkers die via de ademhalingsweg gemakkelijk misbaar zijn (via druppeltjes en overdracht via de lucht); die door hun doorgaans korte incubatietijd en hoge waarschijnlijkheid van overdracht van persoon op persoon het potentieel hebben om zich op grote schaal te verspreiden (mogelijk een pandemie); en die door hun hoge geobserveerde sterftecijfer (over het algemeen in de orde van minstens 1 procent, mogelijk aanzienlijk hoger) aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de volksgezondheid en voor de economie, de maatschappij en de politiek. Wij verwachten dat, indien een dergelijke ziekteverwekker zich op natuurlijke wijze zou voordoen, of als gevolg van een toevallige of opzettelijke verspreiding, veel landen tegelijk zouden worden getroffen, hetgeen een andere internationale aanpak zou vereisen dan die welke normaal gesproken bij geografisch beperkte gebeurtenissen wordt gevolgd.

Een ander belangrijk aspect van de overdracht van ziekteverwekkers is de timing van de overdracht. Hoewel dit een factor is in alle vormen van overdracht, speelt het een grotere rol in de overdracht van de luchtwegen vanwege het relatieve gemak waarmee de overdracht van de luchtwegen plaatsvindt. Als een infectie besmettelijk is in de incubatie periode dat wil zeggen, voordat de symptomen zich verspreiden – zal deze waarschijnlijk hebben plaatsgevonden voordat men zich bewust is van het risico van de infectie. Dit fenomeen wordt geïllustreerd door ziekten als griep, waarbij de besmettelijkheid voorafgaat aan de symptomen.

In combinatie met besmettelijkheid tijdens de incubatieperiode is het vermogen van een microbe om een spectrum van ziekten te veroorzaken of een tijdsverloop van ernst te hebben. Als een ziekteverwekker in staat is om asymptomatische of licht symptomatische infectie te veroorzaken die de activiteiten van het dagelijks leven niet of slechts minimaal onderbreekt, kunnen veel mensen worden blootgesteld. Virussen die de verkoudheid veroorzaken, waaronder coronavirussen, hebben deze eigenschap en zijn belangrijke factoren in het wijdverbreide karakter van de verkoudheid. Dit milde ziektefenotype werd ook gezien in 2 Amerikaanse importen van MERS . Uit modelstudies is gebleken dat deze factor doorslaggevend is bij de bestrijding van uitbraken.

Veel respiratoire virussen bezitten RNA (in tegenstelling tot DNA) genomen, wat deze groep ook een speciale status kan geven in termen van pandemisch potentieel. Een RNA-genoom wordt vaak gekenmerkt door een hoge mate van mutabiliteit, waarvan sommige kunnen leiden tot ontsnapping van het vaccin, antivirale resistentie, verhoogde virusverspreiding of verhoogde pathogeniteit. RNA-virussen hebben ook de neiging zich te vermenigvuldigen in het cytoplasma van de gastheercellen en niet in de kern, een eigenschap die hen minder aan één soort kan binden en meer promiscuïteit van het gastheertype mogelijk maakt (er bestaan uitzonderingen). De belangrijkste kenmerken van verschillende klassen van door de luchtwegen overgedragen virussen worden in de onderstaande tabel samengevat.  Hoewel slechts een deel van deze groepen gedocumenteerde pandemieën hebben veroorzaakt, hebben deze groepen allemaal virussen die kenmerken hebben die overeenkomen met een verhoogd pandemiepotentieel. Behalve influenza en enterovirus is er geen systematische bewaking van deze virussen en zijn er geen vaccins of ondubbelzinnig effectieve antivirale middelen

Van belang is dat een aantal van deze aanbevelingen later is overgenomen, waaronder de oproep van de commissie om afspraken te maken over het delen van influenzavirusmonsters en over de toegang tot voordelen, die culmineerde in het kader voor de voorbereiding op een influenzapandemie. Een ander kader, de mondiale influenzastrategie van de WHO voor 2019-2030, volgde op de verslagen over de totstandbrenging van krachtige internationale en nationale paraatheidscapaciteiten voor seizoensgriep en pandemische influenza, de ontwikkeling van vaccins, antivirale middelen en behandelingen, en de uitvoering van maatregelen om de preventie-, paraatheids- en reactiecapaciteit van landen te vergroten.

* Tot de verslagen die we in overweging hebben genomen, behoren de verslagen die specifiek betrekking hebben op de uitbraak van Ebola in West-Afrika, waaronder het Harvard-LSJTM Independent Panel voor de wereldwijde reactie op Ebola, het verslag van het Europees Parlement over de Ebolacrisis, het panel voor de tussentijdse beoordeling van Ebola in 2015 en de toetsingscommissie van de IHR voor Ebola. Andere rapporten die in het licht van de ebolacrisis in opdracht zijn gegeven en die zich richten op aanbevelingen om de algemene paraatheidssystemen te verbeteren, zijn onder meer het VN-panel voor de bescherming van de mensheid bij toekomstige gezondheidscrises; de taskforce voor wereldwijde gezondheidscrises; het rapport van het Economisch Wereldforum, Managing the Risk and Impact of Future Epidemics: Opties voor publiek-private samenwerking; het verslag van de internationale taskforce voor vaccins, Money & Microbes: Strengthening Clinical Research Capacity to Prevent Epidemics; het rapport van de National Academy of Medicine, The Neglected Dimension of Global Security; het rapport van de International Working Group on Financing Preparedness, From Panic and Neglect to Investing in Health Security: Financiering van de paraatheid voor pandemieën op nationaal niveau; en de verslagen van het onafhankelijke toezichts- en adviescomité voor het WHO-programma voor noodsituaties op gezondheidsgebied.

Andere evaluaties op hoog niveau, met speciale aandacht voor de paraatheid voor influenza-uitbraken, omvatten evaluaties van het PIP-kader en de bijbehorende processen, zoals het mondiale actieplan voor influenza-vaccins, het wereldwijde systeem voor toezicht op en bestrijding van influenza (GISRS) van de WHO en het initiatief van de WHO voor de invoering van een influenzapandemievaccin. Er zijn talrijke aanbevelingen gedaan om zowel het PIP-kader als de uitvoering ervan te verbeteren, waaronder de mogelijkheid om andere ziekten (zoals dier- of seizoensgriep) in het kader op te nemen; de uitvoering van het Nagoya-protocol bij het Verdrag inzake biologische diversiteit, dat van invloed kan zijn op de uitwisseling van influenzavirusmonsters en de billijke verdeling van en toegang tot vaccins en andere voordelen; en de voortdurende deelname van de farmaceutische sector en andere fabrikanten uit de particuliere sector aan het juridische proces. Het is echter belangrijk op te merken dat het PIP-kader niet van toepassing is op andere ziekteverwekkers van de luchtwegen dan pandemische influenza.

Het belang van de betrokkenheid van de gemeenschap en de sociale mobilisatie is als een belangrijk thema naar voren gekomen in de recente evaluaties. In een rapport van 2019 in opdracht van de Wellcome Trust en het Britse Department for International Development (DFID) wordt gepleit voor een “peoplecentered”-benadering van de paraatheid voor en reactie op epidemieën. Het rapport beveelt aan om “de sociale wetenschap een permanent onderdeel te maken van de paraatheid en reactiearchitectuur”, met inbegrip van de ontwikkeling van de sociale wetenschapscapaciteit in organisaties zoals de WHO en de VN, en de integratie van de sociale wetenschap met de Joint External Evaluation (JEE). Een 2019 Center for Global Development after-action review van de Ebola-epidemie van 2014 observeerde de centrale rol van gedrag en gemeenschaps gedreven methoden in het opschalen van de reactie. Vooral tijdens een wereldwijde gebeurtenis met miljoenen gevallen, waarbij traditionele bestrijdingsstrategieën mogelijk niet haalbaar of niet beschikbaar zijn, werd in het rapport opgeroepen tot het beperken van de overdracht via

“een strategische verschuiving naar gedragsinterventies”, inclusief het uitrusten van gemeenschappen met de basiskennis en -instrumenten die nodig zijn om zichzelf te beschermen.

De wereldwijde influenzastrategie van de WHO voor 2019-2030* – De wereldwijde influenzastrategie van de WHO biedt de WHO, de lidstaten en andere partners een kader voor de aanpak van influenza met het oog op de versterking van de seizoensgebonden preventie en bestrijding van en de paraatheid voor influenzapandemieën. De strategie omvat vier overkoepelende doelstellingen voor het komende decennium: bevordering van onderzoek en innovatie om tegemoet te komen aan onvervulde behoeften op het gebied van de volksgezondheid, versterking van de wereldwijde influenzasurveillance en het gebruik van gegevens, uitbreiding van het beleid inzake de preventie en bestrijding van seizoensgriep om kwetsbare bevolkingsgroepen te beschermen, en versterking van de paraatheid voor en de reactie op pandemieën met het oog op een veiligere wereld .

Partnership for Influenza Vaccine Introduction (PIVI)-PIVI werd opgericht op basis van de erkenning dat een sterk systeem voor de toediening van vaccins in het land niet alleen de last van de jaarlijkse seizoensgriep en andere met een vaccin te voorkomen ziekten vermindert, maar ook levens kan redden tijdens een pandemische gebeurtenis. Een initiatief van het Amerikaanse CDC, PIVI werkt samen met de nationale ministeries van Volksgezondheid om gezondheidswerkers op te leiden in de levering van griepvaccins en om netwerken voor de distributie van vaccins op te zetten om ervoor te zorgen dat vaccins aan de meest kwetsbare bevolkingsgroepen kunnen worden geleverd.

CONCLUSIES: VERSTERKING VAN DE PARAATHEID VOOR EEN PANDEMIE MET EEN GROTE IMPACT OP DE LUCHTWEGEN.

De landen moeten doorgaan met het opbouwen en verbeteren van de kerncapaciteiten op het gebied van de volksgezondheid over de

hele wereld. Hoewel deze capaciteiten de landen of de internationale gemeenschap niet volledig kunnen voorbereiden op gebeurtenissen met een grote impact op de luchtwegen, bieden zij een fundamentele structuur, planning en arbeidskrachten voor het opsporen van en reageren op uitbraken en vormen zij een cruciale basis voor de benodigde aanvullende capaciteiten. De lidstaten moeten de JEE-evaluaties blijven steunen en ervoor zorgen dat de WHO over de nodige middelen beschikt om een coördinerende rol te blijven spelen. De landen die nog niet hebben ingestemd met deelname aan JEE’s moeten door de WHO worden aangemoedigd en door bondgenoten onder druk worden gezet om dat te doen. Maar de JEE’s moeten worden gezien als slechts het begin van een proces dat uiteindelijk moet leiden tot verbeteringen. Zodra landen lacunes in hun kerncapaciteiten vaststellen, is het van essentieel belang dat zij zich ertoe verbinden deze lacunes aan te pakken. De landen moeten dan nationale actieplannen ontwikkelen, kosten maken en financieren om hun kerncapaciteiten te verbeteren en oefeningen houden om te testen in hoeverre de capaciteiten tijdens noodsituaties zullen functioneren zoals gepland. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de duurzaamheid van de actieplannen en aan de handhaving van de gebruikte nationale en regionale financiële mechanismen gedurende een aantal jaren. Hiervoor zijn uiteindelijk nationale middelen nodig, naast de eventueel beschikbare donorfinanciering..

Aangezien landen werken aan de ontwikkeling van kerncapaciteiten op het gebied van de volksgezondheid bij het nakomen van hun binnenlandse en IHR-verplichtingen, is het belangrijk dat zij de functionaliteit van deze capacitische banden evalueren. Risico specifieke oefeningen (bv. een grieppandemie, ebola) en rapporten na afloop van concrete gebeurtenissen zijn belangrijk om na te gaan hoe de capaciteiten werkten of waarschijnlijk zullen werken, en de resultaten van deze evaluaties moeten worden vergeleken met de JEE’s en de nationale actieplannen. De resultaten moeten worden gebruikt om de huidige inspanningen voor capaciteitsontwikkeling te actualiseren, te wijzigen of te versterken.

De landen en de WHO moeten ervoor blijven zorgen dat de leiders de versterking van de kerncapaciteit als een prioriteit beschouwen. In de nationale begrotingen moet een verbintenis tot capaciteitsontwikkeling tot uiting komen. De donoren moeten met de landen samenwerken om de resterende tekorten aan te pakken en extra nationale investeringen te stimuleren. De lidstaten en de WHO moeten steun verlenen aan en actief deelnemen aan initiatieven, zoals de Agenda voor wereldwijde bescherming van de gezondheid en de Alliantie voor bescherming van de gezondheid, die bijdragen aan de normalisering van nationale en multinationale acties ter versterking van de kerncapaciteiten en die een platform bieden voor het bijeenroepen van nationale leiders om de dynamiek van de IHR-capaciteitsopbouw in stand te houden en de geleerde lessen te delen.

Gegevens zullen essentieel zijn om politieke leiders te motiveren en de vooruitgang te meten. De WHO en de GPMB moeten aanvullende gegevensbronnen zoeken die een voortdurende beoordeling kunnen bieden van de wereldwijde vooruitgang op het gebied van de ontwikkeling van de IGR-capaciteit, met name in het licht van het huidige tijdschema van het JEE, dat waarschijnlijk vijf of meer jaar zal duren voordat landen een tweede JEE kunnen ondergaan. De Wereldbank heeft gesuggereerd dat de ontwikkeling van voorbereidingsindexen deze leemte zou kunnen helpen opvullen.

Zelfs de meest robuuste systemen voor het toezicht op de volksgezondheid zullen op zichzelf waarschijnlijk niet voldoende informatie verschaffen om de brede waaier van beslissingen te kunnen nemen die tijdens een epidemie of een pandemie moeten worden genomen. Een belangrijke beperking van de nationale en interstatelijke surveillancesystemen zal zijn dat zij niet in staat zijn het effect van de gebeurtenissen volledig te monitoren en de besluitvorming over de beschikbaarheid en de mobilisatie van de middelen die nodig zijn om de verspreiding onder controle te houden, in real time te ondersteunen. Een gebrek aan snelle gegevensuitwisseling tussen gezondheidsinstellingen en de volksgezondheid in de meeste landen zou het inzicht in de belangrijkste aspecten van de epidemie vertragen of beperken, met inbegrip van het percentage gevallen waarin een ernstige ziekte of sterfte optreedt, welke bevolkingsgroepen het grootste risico lopen om aan de ziekte te sterven en hoe de gezondheidszorgstelsels omgaan met de zorg voor de zieken. Gegevens uit de particuliere sector zullen ook een belangrijk onderdeel vormen van het volledige beeld dat nodig is om inzicht te krijgen in de gevolgen van de gebeurtenissen op korte termijn en om de beschikbaarheid van middelen (bijvoorbeeld medische benodigdheden) die nodig zijn om de respons te ondersteunen, vast te stellen en te controleren.

Als een pandemie door een weloverwogen gebeurtenis in gang wordt gezet, moeten landen en de internationale gemeenschap afspraken maken over welke informatie moet worden gedeeld. Voor het beantwoorden van vragen over de bron van een aanval en de risico’s van latere aanvallen zullen waarschijnlijk gegevens nodig zijn die buiten de gezondheidssector worden gevonden. Dit proces kan nogal uitdagend zijn, omdat de veiligheidsoverwegingen van landen de mate waarin getroffen en niet-getroffen landen bereid zijn om informatie te delen, kunnen beperken.

Ongeacht of een hoog effect op de luchtwegen optreedt als gevolg van de natuur, ongevallen of opzettelijk gebruik, is er grote behoefte aan nieuwe surveillancetechnologieën. Waar nodig en mogelijk moeten landen, filantropieën en andere internationale organisaties de toepassing van moleculaire diagnostische tests voor nucleïnezuren in de luchtwegen blijven aanmoedigen, met name eenvoudige, point-of-care, multiplex-apparaten. Bovendien zou de ontwikkeling en het toegenomen gebruik van nieuwe diagnostische instrumenten, met name die welke buiten de traditionele laboratoria kunnen worden gebruikt, de capaciteit en de capaciteit kunnen verhogen, snelheid waarmee zeer specifieke bewakingsgegevens beschikbaar komen. De ontwikkeling en toepassing van technologieën die het volgen van patiënten op grote schaal kunnen vergemakkelijken, zou helpen om beter voorbereid te zijn op uitbraken, epidemieën en de eerste stadia van een pandemie.

Ik adviseer hierbij om het gehele rapport te lezen.

Bladwijzer de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.